Bijzondere man. Een lange-afstand-vlugzwemmer. Hij zwemt bij voorkeur 10 kilometer. Hij gaat Nederland vertegenwoordigen in Beijing. Wat ook bijzonder is: hij stottert.
Denk ik, want zeker weet ik het niet. Maar afgelopen zaterdag sprak hij op de radio vanwege zijn kwalificatie. Hij had voldaan aan allerlei eisen van het N.O.C. Hij acht zich kanshebber voor een medaille. En ik meende te horen: stotteren! En ik meen een zintuig te hebben. Voor stotteren en voor hersteld stotteren.
Maarten lijkt me zo iemand die door spontane rust het stotteren heeft weten te beteugelen. Althans zo klinkt het. Dat dwingt bij mij respect af. Mooi! Ik ben niet zo’n beetje nieuwsgierig en ging googlen op zijn naam. Ik ontdekte nog meer bijzonderheden bij Maarten.
7 jaar geleden had hij leukemie. Een soort zwemmende Lance Amstrong. Sorry voor ‘soort’. Daarmee wil ik een parallel onderstrepen met een andere wonderbaarlijke topatleet. Lance Amstrong heb ik niet horen stotteren. Maarten van der Weijden wel. Denk ik. Weet ik dus niet zeker. Ik zou het hem willen vragen. Het stotteren ontstaat NIET in het oor van de luisteraar. Ik kan nog zo veel stotteren menen te horen, alleen Maarten zelf kan uitsluitsel geven.
Ik heb meerdere malen meegemaakt, dat ik overtuigd was van het haperen van de spraak van (meestal) een vader van een stotterend kind. Maar de betreffende vader vond van niet. Zoon wel, maar hij niet. Terwijl ik er bijna gif op zou willen opnemen dat het wél stotteren was. Soms was het ontkenning. Maar soms ook niet. In die zin sta ik ook helemaal niet te kijken van die incestaffaire in Wenen. Hoe het toch kan, dat intimi 24 jaar geloven in leugens? Voor hen is het waarschijnlijk geen leugen. Maar ook daarvoor geldt: zeker weten door te vragen. Onze mind kan ‘foolen’, o ja zeker!
Adriaan
Mei 2008

